En weer terug! De tijd vloog voorbij. Enerzijds voelde het alsof we twee maanden weg zijn geweest, anderzijds hadden we ook het idee dat het nog geen anderhalve week geduurd heeft. We zijn een hoop indrukken en ervaringen rijken en hebben enorm genoten. Hieronder een (veel te lang) reisverslag met wat foto's. Bedankt voor de adviezen in dit topic!
Seattle
De reis begon in Seattle. We kwamen aan op de vrijdag voor Labor Day en het was druk. De MPC app bewees zijn waarde: daardoor duurde het wachten bij Immigrations minder lang. Een auto huurden we bij Hertz, waar we dit keer niet uit de aisles konden kiezen. Ook dat zal te maken hebben met de Labor Day Drukte. Er stond een rode Chevrolet Blazer voor ons klaar in de reserved rij. Aangezien we beiden het talent hebben om altijd te vergeten waar de auto staat op grote parkeerterreinen, komt deze opvallende kleur niet verkeerd uit.
Na de boodschappen bij Walmart gehaald te hebben, rijden we door naar onze Airbnb. De eerste drie nachten brengen we door in de wijk Rainier Valley.
We hebben gekozen voor de directe middagvlucht vanuit Schiphol. Dan komen we wat later aan en hoeven we niet nog een halve dag te overleven voordat we kunnen slapen. Rond een uurtje of negen vallen we in slaap.
Elke keer als we naar het westen reizen verwachten we na een lange reisdag in een kleine coma te vallen, maar iedere keer ontkomen we toch niet aan een wat onrustige eerste nacht. Zo ook dit keer.
Voordeel is natuurlijk wel dat we de eerste volle dag vroeg op pad kunnen. We zitten vlakbij een Lightrail station en kunnen daardoor de auto laten staan. Het openbaar vervoer is, zeker voor Amerikaanse begrippen, prima geregeld.
We beginnen bij de Space Needle en lopen vanaf daar verder naar beneden richting downtown. Het is een wat bewolkte dag, waardoor we niet besluiten om de Needle of de Sky View in Columbia Center in te gaan. Al snel komen we bij Waterfront uit. Hier is net een enorm cruiseschip gearriveerd. De opvarenden komen vrijwel allemaal met Alaska merchandise van boord. We hebben een donkerbruin vermoeden waar dit schip vandaan komt.
Waterfront vinden we het leukste deel van de stad. We hebben mooi zicht op Bainbridge Island en de wijde omgeving. Ook zien we een belted kingfisher (ijsvogel) vliegen en een zeeleeuw vlakbij de kade zwemmen. Altijd leuk om wildlife te spotten in een grote stad.
Via Waterfront komen we uit bij Pike Place Market. We dachten daar lekker vroeg en voor de drukte te zijn, maar alle cruisegangers blijken ook deze kant op te gaan waardoor het alsnog aan de drukke kant is. Het is een leuke markthal met een gevarieerd aanbod, maar van binnen ook best wel een doolhof. Of we zijn nog niet zo scherp door de jetlag, kan ook. We komen per ongeluk uit bij Gum Alley. Hygiënisch is anders, maar bijzonder is het wel.
Het wordt ondertussen een stukje zonniger. Voor een overzicht over de stad pakken we de bus naar Kerry Park. De skyline van de stad bekijken blijft indrukwekkend. Stiekem hopen we Mount Rainier in de verte te kunnen zien, maar daarvoor is het nog lang niet helder genoeg.
Na Kerry Park verkassen we naar Capitol Hill. Een leuke, meer alternatieve wijk waar we ons anderhalf uur vermaken.
Uitzicht vanaf Kerry Park
Vanuit Capitol Hill pakken we de Lightrail naar T-Mobile Park. Hier pikken we een wedstrijd van de Seattle Mariners mee. We zijn honkballiefhebbers en hebben op de bucketlist staan om alle dertig MLB stadions te bezoeken. T-Mobile Park is nummer negen op de lijst. We zijn aardig op weg, maar hebben nog flink wat tripjes te maken om alle stadions af te kunnen vinken. Het leven is zwaar soms.
De Mariners spelen tegen de Athletics. We zijn vroeg bij het stadion omdat er een giveaway is. De eerste 20.000 fans ontvangen een bobblehead van pitcher Bryan Woo. Daar willen we best even voor in de rij staan. Een uur voordat de gates openen, komen we aan bij het stadion en we schrikken ons rot. We wisten dat dit een populaire giveaway zou zijn, maar het lijkt alsof half Seattle is uitgelopen om de bobblehead te ontvangen.
We zijn ondertussen genoeg in Amerika geweest om te kunnen concluderen dat de meeste Amerikanen lui zijn. De lange rijen die we zien, zijn allemaal voor de gate waar je vanuit de Lightrail meteen tegenaan loopt. Wij besluiten een blok om te lopen naar de andere kant van het stadion en daar vinden we een veel kortere rij. Na een halfuurtje wachten lopen we het stadion in en zijn er aan deze kant legio bobbleheads beschikbaar. Toch een leuk aandenken om mee te nemen.
De Mariners beleven een teleurstellend seizoen. Wij brengen ze geen geluk. Ze verliezen met 6-2 van de Athletics. Voor ons bijzaak: we hebben mooie plekken tussen home plate en first base met fraai uitzicht over de stad en genieten zoals altijd van heerlijk relaxed een potje honkbal kijken.
Recht tegenover ons zien we Lumen Field liggen. De Seattle Sounders spelen vandaag ook een wedstrijd. Die is halverwege de honkbalwedstrijd afgelopen en sommige fans komen na afloop het stadion ingelopen met Seattle Sounders shirts. Zij combineren twee sporten op één avond. Je kunt je zaterdagavond vervelender besteden.
Uitzicht vanuit T-Mobile Park
Op de tweede dag zetten we de wekker vroeg. De weersvoorspelling is prachtig: helder weer in de wijde omgeving. Dat betekent dat we kans hebben om Mount Rainier vanuit Seattle te zien.
Vlakbij onze Airbnb zit een ieniemienie parkje: Martha Washington Park. Rond zonsopkomst zetten we daar de auto neer en lopen naar een uitzichtpunt. En we hebben mazzel: Mount Rainier is in al zijn glorie te zijn. Wauw!! De foto’s doen geen recht aan hoe indrukwekkend we dit vinden. Als we goed zijn geïnformeerd is de afstand tussen Martha Washington en Mount Rainier hemelsbreed zo’n 85 kilometer. Geen idee hoe vaak de berg te zien is vanuit de stad, maar voor ons gevoel moet er qua weer toch behoorlijk veel meezitten om de berg te kunnen zien. Wat een heerlijk begin van de dag!
Zicht op Mount Rainier vanaf Martha Washington Park
Dag twee staat verder in het teken van iets typisch Amerikaans: we gaan een state fair bezoeken. Dit deden we eerder in Maine (2024) en Texas (2025). Vandaag gaan we op voor de hattrick.
Ik weet eigenlijk nog steeds niet hoe een state fair het best te beschrijven valt. Het is een soort combinatie van braderie, kermis, festival en landbouwtentoonstelling. Met uiteraard krankzinnig veel eten. Meteen bij binnenkomst zien we al een kraam met turkey legs van het formaat onderarm. Je moet er maar zin in hebben om half tien ’s ochtends.
Op het terrein kunnen we ook jacuzzi’s kopen. De duurste, $30.000, is al verkocht. Wat we verder nog meer zien? Een jonglerende goochelaar op een eenwieler, buikdanseressen, versierde bonsaibonen, de zwaarste pompoen van 2026 (bijna 500 kilo), koeien die voor de ogen van bezoekers gaan bevallen (slaan we even over), een tentoonstelling van oude landbouwvoertuigen, een stand van de state police, prijswinnende paarden, een miniature horse, prijswinnende duiven, prijswinnende zonnebloemen en zo kunnen we nog wel nog even doorgaan. Ondanks dat de meeste state fairs behoorlijk op elkaar lijken, vermaken we ons er elke keer weer.
Olympic NP – Port Angeles
Op de derde dag verlaten we Seattle en rijden we naar Port Angeles. Tussendoor stoppen we in Poulsbo, een Scandinavisch dorpje dat op de route ligt. Veel mooie muuurschilderingen hier. Leuke plek om even te lunchen.
Poulsbo main street
Voordat we inchecken, lopen we Marymere Falls. De waterval zelf is wel aardig, maar niet enorm indrukwekkend. De route ernaartoe is wel fraai. Even denken we al in Hoh Rainforest te zijn: we zien al veel enorme, bemoste bomen in een enorm groene omgeving. Hopelijk een mooi voorproefje van wat nog komen gaat.
Overnachten doen we in de lokale Quality Inn. Basic, maar prima. De wekker zetten we vroeg: op onze volle dag hier willen we Hurricane Ridge doen. De weg naar boven is al prachtig. Omdat we rond zonsopgang willen starten, is het wel goed opletten. Overstekend wild is hier niet ver weg. We zien uiteindelijk twee hertjes op de weg, maar die hebben we gelukkig tijdig in de gaten. Op de parkeerplaats zijn we niet de eerste, maar het is nog lekker rustig.
De wandeling zelf is prachtig. Er zitten best wat hoogtemeters in, maar het is allemaal geasfalteerd en redelijk geleidelijk. We hebben qua weer mazzel. Het is een kraakheldere dag, wat de uitzichten goed doet. We zien de vele bergtoppen van de Olympic mountain range. Ook qua wildlife geen klagen: verschillende herten steken voor onze neus over of staan rustig op de hellingen te grazen. Ik loop in Nederland veel in de natuur en als ik een ree of hert opmerk en deze vanuit mijn ooghoek op 100 meter afstand aankijk, schieten ze er met Olympische snelheden vandoor. Hier nemen ze rustig de situatie op en doen hun ding als jij niets geks doet.
Hoogtepunt qua wildlife is een zwarte beer die op een meter of 300 staat te grazen. Te ver voor een fatsoenlijke foto, maar de afstand bevalt ons wel.
De hertjes trekken zich niets van ons aan
Deze chipmunk heeft thuis iets goed te maken en neemt een bloemetje mee
Als we de top bereiken en uitkijken over Port Angeles en verderop Canada, zien we de impact van de bergen op het weer. Bergop was er vrijwel geen wolkje aan de lucht, maar als we over de top richting Port Angeles en Canada kijken, zien we de bewolking in de vallei hangen. Heel gaaf om te zien. We kunnen 360 graden om ons heen kijken. Echt een medium effort, high reward wandeling dit. We snappen waarom-ie zo populair is.
De ene kant is bewolkt, de ander kraakhelder
Op de top raken we aan de praat met twee Amerikanen, een vader en zoon. Zij zijn bezig met wat ze hun plan B noemen. Het idee was om vanuit Seattle een cruise naar Alaska te maken, maar zoonlief dacht dat dit wel zonder paspoort kon. Niet dus. Een foutje van een paar duizend dollar. Terwijl de bagage al aan boord was, ging het boarden niet door. Ze besloten maar een camper te huren en Washington onveilig te maken.
Op weg naar beneden wordt het merkbaar drukker. Wanneer we wegrijden staat de parkeerplaats vol en ook de overflow parking heeft weinig plek meer. Toch lekker dat de jetlag helpt om de drukte voor te zijn.
We vervolgen onze weg naar het park richting Lake Crescent. Hier lopen we de Devil’s Punchbowl. Lekker vlak en makkelijk. Het pad eindigt bij een brug over een turquoise stuk water in Lake Crescent. Op dit moment van de dag is het al behoorlijk warm en springen een aantal enthousiastelingen van de brug het water in. Wij houden het bij wat foto’s. Leuke wandeling, maar geen must-do wat ons betreft.
Lake Crescent in de middagzon
De derde en laatste wandeling van de dag is Sol Duc Falls. We hadden de hoop dat de dinsdag na Labor Day wat rustiger zou zijn, maar dat bleek valse hoop. We moeten een paar honderd meter voor de trailhead in de berm parkeren omdat de parkeerplaats ramvol staat. Op de wandeling zelf is het ook een komen en gaan van mensen. Doet toch altijd een beetje afbreuk aan de ervaring, al is het bij zo’n korte wandeling wat minder erg. De waterval is duidelijk een stuk wilder dan Marymere Falls.
Het is al best druk op de parkeerplaats. Als we ook nog parkeerplaatsen voor de steller jays gaan reserveren...
Na het eten sluiten we de dag af op Ediz Hook. Het is dan nog steeds heerlijk zonnig. Op de stenen kijken we heerlijk over het water uit, met zicht op Mount Baker – als ons richtingsgevoel ons niet in de steek laat, althans. In het water zien we een paar keer het kopje van een zeehond verschijnen.
Cape Flattery
Mede dankzij de enthousiaste verhalen van jullie hebben we besloten om Cape Flattery in de route op te nemen tussen Port Angeles en Forks. De $20 toegangsfee geldt nog steeds en kan op verschillende plekken langs de route voldaan worden.
De rit naar de kaap breken we op met een korte stop in Clallam Bay. Volgens Google zou hier een public restroom zijn. En dat klopt. Nu is een sanitaire stop niet heel boeiend, maar direct aan de wc’s grenst een klein strandje en daar konden we ook even de benen strekken. Terwijl we dat doen, zien we in de verte steeds wat kleine zwarte puntjes in het water opdoemen. We denken aan een zeehond of zeeleeuw, maar het zijn er wel veel kort bij elkaar. Toch even terug naar de auto om de verrekijker te pakken. Bij terugkomst zien we door de kijker dat het zeeotters zijn! Voor ons de eerste keer dat we deze dieren in het wild spotten. Goede foto’s kunnen we er niet van maken, maar het is de ervaring die telt. We zien ze met elkaar spelen en ook relaxen in de kenmerkende pose: drijvend op de rug in het water.
De weg naar Cape Flattery wordt vanuit Clallam Bay steeds mooier. Rustige, kronkelende wegen waar we vaak niet harder dan 35 MPH mogen. Tegenliggers zien we bijna niet. Zeearenden wel: er zitten er twee rustig in boomtoppen naar de zee te staren.
De wandeling bij Cape Flattery is een out-and-back richting vier uitzichtpunten. Die zijn best fraai, is ons gezegd. Als we bij uitkijkpunt één arriveren kunnen we de balans over de schoonheid nog niet opmaken. Het is flink mistig. Op dit moment lijkt het eerder alsof we een aflevering van Twin Peaks zijn binnengewandeld.
Uitzichtpunt twee en drie zijn niet veel beter. Bij het vierde en laatste punt lijkt het iets op te klaren. We kunnen hier in ieder geval verder van ons af kijken, dus blijven we daar een tijdje staan.
Dat blijkt een goede beslissing. De mist trekt langzaam weg en Tatoosh Island wordt zichtbaar. We vallen qua wildlife met de neus in de boter. We zien een zeearend rustig in de boom zitten en verderop een zeearend boven het water scheren en een prooi pakken. Op een rots ligt een groep zeeleeuwen te zonnen. Net als we tegen elkaar zeggen dat dit een walvis dit moment compleet zou maken, roept er iemand naast ons ‘whale!’ Alsof we het afgedwongen hebben. We zien een bultrug vlakbij de rotsen water spuiten. Niet veel later komt de staart naar boven en verdwijnt-ie daarna voor langere tijd onder water. Voor het eerst dat we een bultrug spotten vanaf land!
Bultrug bij Cape Flattery
Op de terugweg is de mist in de hele omgeving weggetrokken en kunnen we bij de andere drie uitzichtpunten ook genieten van het uitzicht. De tussenstop op Cape Flattery maakt de reisdag aanzienlijk langer, maar is het helemaal waard.
Cape Flattery uitzichtpunt met en zonder mist
Olympic NP – Forks
We wisten dat Forks het Twilight dorpje is. We wisten niet dat we een dag voor het Twilight Festival zouden arriveren. Dat verklaart wel waarom we heel veel mensen in Twilight merchandise rond zien lopen. We hadden het idee dat Twilight ondertussen verleden tijd zou zijn nu er talloze andere vergelijkbare series uit de grond zijn geschoten, maar in Forks lijkt de tijd stil te zijn blijven staan.
Wij zijn er niet om team vampier of team weerwolf te kiezen. We rijden op onze volle dag hier vroeg richting Hoh Rainforest. Ook hier willen we met zonsopgang zijn en ook hier zijn we niet de enige met het idee. Gelukkig is het nog wel rustig als we arriveren.
De Hall of Mosses trail lopen we daardoor in betrekkelijke rust en we kijken onze ogen uit. We waren vooraf benieuwd of we nog onder de indruk zouden zijn van dit gebied. Rond Marymere en Sol Duc Falls hadden we al best wat hoge bomen met grote groene kronen en bemoste stammen en takken gezien. Maar het Hoh Rainforest is de overtreffende trap. Een soort vijftig tinten groen. De lichte ochtendnevel maakt het helemaal af. We denken ook een Roosevelt elk te horen burlen in de verte: het is een frisse ochtend en de bronst staat op het punt van beginnen.
Na Hall of Mosses lopen we een deel van de Hoh River Trail. Bij de waterval keren we weer om. Na zo’n twaalf kilometer gelopen te hebben komen we weer terug op de parkeerplaats. Die staat ondertussen helemaal vol. Als we terugrijden naar de parkingang, staat daar ook een rij van zo’n dertig auto’s te wachten. Ook op donderdagochtend is het hier volle bak.
Vijftig tinten groen in Hoh Rainforest
We rijden vervolgens naar de kust. Het oorspronkelijke plan was Rialto Beach, maar door wegwerkzaamheden is die voorlopig gesloten. Omdat we al best wat gewandeld hebben, kiezen we voor een strand met gemakkelijke toegang. De keuze valt op Ruby Beach. Het zonnetje heeft ondertussen vrij spel. Wij ploffen lekker neer op één van de vele aangespelde boomstammen. We zitten nog maar net en worden meteen getrakteerd op een fly-by van een zeearend. Zwevend op de thermiek speurt-ie rustig rond. Waanzinnig!
Ruby Beach met een kenmerkende sea stack
Een Amerikaanse zeearend vliegt ons tegemoet
Forks zelf is niet boeiend. Qua eten is er niet heel veel keus. We kiezen voor Sully’s Drive-In. Het eten is niets bijzonders, maar zo’n typische Amerikaanse diner is toch wel heel leuk. De andere dag eten we bij de lokale Mexicaan. Bij binnenkomst zien we een bordje dat ze understaffed zijn en dat is een understatement. We moeten een tijdje wachten totdat iemand ons meeneemt naar een tafeltje. We waren net op tijd, want de zaak vult zich snel. Daar is het personeel niet op voorbereid. We verbazen ons over het gebrek aan efficiëntie. In het restaurant zijn er drie tafels waar de mensen net vertrokken zijn, maar deze staan nog wel vol met borden. In plaats van de tafels af te halen en schoon te maken, besluit de medewerker van dienst om bestek in servetjes te vouwen. Ondertussen verlaten mensen de zaak omdat het wachten te lang duurt.
Cape Disappointment
Na Forks dalen we af. Op de 101 hebben we behoorlijk wat vertraging door wegwerkzaamheden. Mooi zicht op de oceaan hebben we nauwelijks.
Volgende verblijfplaats: Ilwaco. We hebben deze trip het talent om steeds ergens te zijn tijdens een evenement. Ook in Ilwaco is er wat te doen: de Rod Run to the End of the World is hier vandaag neergestreken. Oude auto’s rijden over de main street een drag race: dit keer met het doel om juist zo langzaam in plaats van zo snel mogelijk te rijden.
We zitten in Ilwaco omdat we Cape Disappointment willen bezoeken. Heel veel tijd hebben we er niet voor, maar aan het eind van de middag kunnen we in ieder geval een deel van het state park bezoeken. We zetten de auto neer vlakbij het bezoekerscentrum. Op weg naar het bezoekerscentrum staat er een hertje op nog geen drie meter van het pad te grazen. Ook deze trekt zich nauwelijks iets van ons aan en eet rustig verder.
Hert: 'geen idee wat jullie komen doen, maar ik ga lekker verder met waar ik mee bezig ben'
Vanuit het bezoekerscentrum hebben we mooi zicht op de plaats waar de Columbia River en de Pacific elkaar ontmoeten. In het verleden zijn hier 2.000 schepen gestrand. Nu oog het water rustig, al zien we wel twee vinnetjes opduiken. Met onze beperkte kennis zouden we zweren dat dit dolfijnen zijn. We checken dit even bij de park ranger die in het bezoekerscentrum achter ons zit en die weet ons te vertellen dat het om bruinvissen gaat. Ook leuk! Die hadden we nog niet eerder gezien. We nemen tot slot een kijkje bij de vuurtoren voordat we terugrijden naar het hotel waar we voor één nachtje verblijven. Op de main street is de drag race in volle gang. Wij eten fish&chips met uitzicht op de haven. Na het eten lopen we over de boardwalks van de haven en zien we een kingfisher op de Kingfisher.
Zoekplaatje: vind de kingfisher op de Kingfisher
Mount Saint Helens
Vanuit Ilwaco gaan we richting Ashford. Belangrijkste tussenstop van de dag is Mount Saint Helens. We stoppen bij het Forest Learning Center, waar ze een prachtige exhibit hebben met allerlei informatie over de vulkaanuitbarsting, de gevolgen en wederopbouw. Ook draait er een korte film die de moeite waard is.
We vonden het enorm opvallend dat er een ‘zone of silence’ ontstond rond de vulkaan. In een deel van de omgeving was de uitbarsting alleen te zien, maar niet te horen. Het lijkt me heel onwerkelijk dat je vanuit je keukenraam de vulkaan uit ziet barsten, maar er niets van hoort.
Het is heel interessant om te zien hoe snel de natuur zich weer in grote delen van de omgeving heeft herpakt. Veel soorten hebben de weg weer teruggevonden, vaak zelfs sneller dan verwacht. Een vrijwilliger vertelt ons van alles over de impact op de omgeving en de keuzes die gemaakt worden als het gaat om bosbouw en houtkap.
Bij het Learning Center is ook nog een elk viewing platform. Normaal zijn ze hier elke dag te vinden vertelt de daar aanwezige vrijwilliger, maar de laatste dagen zijn ze spoorloos. Vanwege de aanstaande bronst zijn ze waarschijnlijk elders te vinden. We raken aan de praat met de vrijwilliger die ook een tijdje in Nederland heeft gewoond en daar bomen heeft geplant.
We zijn net op tijd bij de uitzichtpunten op de vulkaan gearriveerd. Het is nu nog prima weer, maar er is regen op komst. We hebben mooi zicht op de krater die is ontstaan bij de uitbarsting. Er werd een verticale uitbarsting verwacht, maar de vulkaan besloot lateraal uit te barsten. Het geeft de berg een bijzondere vorm.
De impact van de uitbarsting op de vorm en de omgeving van de berg is hier goed te zien
Mount Rainier – Paradise
Door naar Mount Rainier! Aan de Paradise kant van Mount Rainier verblijven we in een heel leuk blokhutje. We zijn met z’n tweeën en dat is al krap zat met koffers en al, maar knus is het zeker. Het heet de Ashford Lodge en ligt op steenworp afstand van de parkingang. Bij binnenkomst hebben we links een badkamer en verder is het niet meer dan een bed, nachtkastje, kleine koelkast en een haard. En… een beamer! We kunnen een groot scherm naar beneden toveren en hebben toegang tot Netflix. Heerlijk om ’s avonds een filmpje te kijken op groot scherm.
We zijn aan de Paradise kant voor één ding: de Skyline Loop. Het idee was om zondagochtend heel vroeg te starten. Helaas gooit er iets roet in het eten: de weergoden. Op zondag wordt er de hele dag regen verwacht.
We zetten wel een vroege wekker. Wie weet valt het mee. Maar helaas, de voorspellingen blijken feilloos. Als de wekker gaat, horen we de regen al kletteren. We wagen een blik buiten de deur en kijken meteen tegen dikke laag bewolking aan. Dan heeft het geen zin om de Skyline Loop te doen.
Later op de ochtend rijden we wel het park in. We kunnen bij de ingang meteen doorrijden. Normaal staat hier op zondagochtend een dikke rij, maar door het weer zullen veel mensen andere plannen gemaakt hebben. De weg naar het visitor center is vast heel mooi. We passeren allerlei uitzichtpunten, maar zien allemaal maar wolken.
We lopen bij het visitor center naar binnen en stempelen ons NPS paspoortboekje. Op een heldere dag hadden we hier Mount Rainier bijna aan kunnen raken, maar nu kunnen we hooguit de eerste honderd meter van de Skyline Loop zien. We hadden het idee om het park vanuit de auto te verkennen, maar kiezen ervoor om terug te gaan naar de lodge. Met dit weer rondrijden heeft helemaal geen zin. De rest van de dag doen we lekker de haard aan en kijken een filmpje op het grote scherm.
Dan maken we er maar een rustige dag van. Heerlijke lodge!
Het weer voor morgen ziet er beter uit: ‘partly sunny’ omschrijft weather.gov het. Daar doen we het voor. Het betekent wel dat we Skyline Loop gaan doen op de dag dat we ons van verplaatsen van de Paradise naar de Sunrise kant, maar dat is niet anders.
Maandagochtend zetten we de wekker rond een uurtje of vijf. Koffers pakken, inladen en naar de parkeerplaats rijden. We zijn er een kwartier voor zonsopgang.
Helaas werkt het weer nog steeds niet mee. Het is weliswaar droog, maar nog steeds enorm bewolkt. We zien helemaal niets wat op Mount Rainier lijkt. Het is best een lange wandeling en we hebben goede hoop dat het gaandeweg opklaart. We besluiten de wandeling met de klok mee te lopen zodat we met het zwaarste deel beginnen.
Het begin van de Skyline Loop. Hopelijk klaart het nog op...
Na de eerste kilometers zit er nog weinig verbetering in
We komen hoger en hoger, maar in het weer zit geen verbetering. Nog even bewolkt als voorheen. Bij het glacier viewpoint zien we een glimp van Mount Rainier. Ondanks dat we er praktisch met onze neus tegenaan staan, blijft het bij een matig zicht op een waterval en gletsjer.
Een glimp van Mount Rainier. Helaas wordt het nergens meer beter dan dit
Een kilometer of anderhalf voordat we de top bereiken, lopen we plots in de sneeuw. Het pad is al wel redelijk aangestampt, maar hier waren we niet van op de hoogte. We besluiten door te lopen en op de top een tijdje te wachten. We hebben maar een klein momentje van opklaring nodig om van de views te kunnen genieten. Uiteindelijk bereiken we veilig de top, al was het af en toe ploeteren met flinke sneeuw op de switchbacks.
Waar zijn we nou eigenlijk precies mee bezig?
We vinden dat we wel een moment van opklaring in het weer verdienen, maar helaas. Het blijft ontzettend bewolkt en we kunnen nauwelijks honderd meter vooruit kijken. Op de top is het ook nog eens behoorlijk fris. Gelukkig raken we aan de praat met twee gezellige Canadezen die de humor van de situatie ook in kunnen zien.
Het blijft toch bijzonder dat we in Seattle, op 85 kilometer afstand, de berg in volle glorie zagen en nu we in het park zijn de berg verdwenen lijkt te zijn. Na bijna een uur geven we het op en beginnen we aan de terugtocht.
Die is niet ongevaarlijk. We hebben bergaf veel meer last van de sneeuw dan bergop. We hebben prima wandelschoenen, maar qua grip leggen die het ook af tegen de sneeuw. We doen het rustig aan en glibberen en glijden ons een weg naar beneden. Gelukkig zijn de afgronden niet al te heftig, maar uitglijden en met je hoofd op een steen belanden is ook geen pretje. Na anderhalf kilometer begint de sneeuw te verdwijnen en kunnen we met een opgeluchter hart ons weg vervolgen.
We vechten niet alleen tegen de elementen, maar bijna ook tegen deze chipmunk
Van de ‘partly sunny’ die weather.gov ons beloofde, komt weinig terecht. Ook op de terugweg zien we het weerbeeld niet veranderen. Zonde, we keken enorm uit naar deze wandeling. Dit had een van de hoogtepunten van de reis moeten worden. Aan het weer kunnen we niets doen, dus laten we het ook snel weer los.
We kunnen wel wat sfeervolle plaatjes schieten van de alpenweiden. Het hoogtepunt van de wandeling volgt in het laatste deel. We hoopten een bergmarmot te zien en dat lukt! We zien ook nog een berggeit en verschillende herten. Toch niet helemaal voor niets naar boven gelopen.
Niet het uitzicht waar we voor kamen. Wel sfeervol.
Bergmarmot
Eenmaal gearriveerd bij de parkeerplaats halen we een welverdiende lunch in het visitor center. Wanneer we daar binnenstappen, zien we een bord met trail conditions. Onder de Skyline Loop staat ‘whole loop not recommended due to snow.’ Ehh…. Waarom zetten ze zo’n melding niet ook bij de start van de wandeling neer? Die is letterlijk dertig stappen van het visitor center af. Het visitor center opent om 09.30 terwijl er voor die tijd al veel mensen begonnen zijn aan Skyline. Als we dit vooraf hadden geweten, waren we bij de eerste sneeuw omgekeerd. Het is alsnog onze eigen keus geweest om door te gaan natuurlijk, maar als we beter geïnformeerd waren, hadden we een andere keus gemaakt. Achteraf gezien hadden we beter moeten weten toen we de eerste sneeuw zagen, maar het enthousiasme overwon toch.
Mount Rainier - Sunrise
Aan de Sunrise kant was het plan om met de Mt Rainier Gondola omhoog te gaan. Ook door dat plan kan een streep door het slechte weer. Op dinsdag stond de hike naar de Fremont Fire Lookout op de planning, echter gooien bosbranden roet in het eten. Een groot deel van de wandelingen aan de Sunrise kant zijn niet toegankelijk.
Plannen omgooien dus. We verblijven in de Alpine Inn en zoeken wat wandelingen in die omgeving uit. Ook voor dinsdag zijn de weersvoorspelling erg matig. Het blijft overwegend droog, maar wel met veel bewolking.
We hebben geen zin om weer een berg te beklimmen om alleen maar tegen wolken aan te kijken. We zoeken een wandeling waarbij de uitzichten niet de beloning zijn. We komen uit op een wandeling in het Mount Baker Snoqualmie National Forest. De keus valt op Greenwater Lakes, een wandeling van 8 kilometer met slechts 115 meter hoogteverschil.
De wandeling is leuk, maar niet spectaculair. Wel lekker rustig. Pas in de laatste kilometer op de terugweg komen we iemand tegen. We lopen heerlijk langs een kabbelend beekje. Aan het eind van de wandeling komen we langs twee mooie meertjes. Het liefst hadden we natuurlijk de Fremont Lookout gedaan, maar dit is een aardig alternatief.
Als we de parkeerplaats verlaten, valt mijn oog op iets groots op een tak. Het valt bijna weg tegen de boom, maar beweegt toevallig net. Dat kan maar één ding zijn: een uil! Ook een soort die we tijdens onze eerdere reizen niet eerder hadden gezien. We rijden langzaam een stukje terug met de camera in de aanslag. Raam omlaag en afdrukken maar. De uil werkt perfect mee en kijkt ons recht aan. Wow, dit is echt heel gaaf!
Het blijkt om de Amerikaanse bosuil te gaan. Op de foto zie je goed waarom je deze normaal niet zo makkelijk ziet. Als ze iets hoger zitten en niet bewegen, vallen ze helemaal weg tegen de boom. We hebben ontzetten veel geluk dat deze laag op een tak zocht naar een late ochtendsnack. Dit maakt de teleurstelling van Skyline en het niet kunnen lopen van Fremont grotendeels goed. Echt een bijzondere waarneming.
Amerikaanse bosuil!
Terug in het hotel checken we de weersverwachting van de komende dag. We hadden tot aan Mount Rainier NP helemaal niets te klagen over het weer, maar de drie matige dagen hier zijn wel jammer. Gelukkig komt daar eindelijk verandering in: op woensdag wordt het stralend weer!
Dat betekent dat we weer een wandeling kunnen uitzoeken met mooie uitzichten. Woensdag reizen we door naar Leavenworth, maar we kunnen in de ochtend prima een wandeling in het programma opnemen.
We gaan voor de Naches Peak Loop. Niet al te zwaar, maar wel erg mooi. Als we opstaan en de koffers inladen zien we voor het eerst in deze omgeving een strakblauwe lucht. Dat belooft wat!
Op weg naar de trailhead kunnen we eindelijk genieten van de uitzichten. We zien nu pas hoe mooi het hier is. Als we uit een bocht komen, doemt aan onze rechterkant opeens de naamgever van dit NP op. We schrikken er bijna van, wat een gigant! Het ochtendzonnetje weerkaatst er ook nog eens prachtig op. We zijn heel blij dat we voldoende tijd voor het park hebben gereserveerd. Als we alleen Paradise hadden gedaan, hadden we de berg helemaal niet gezien.
We zetten de auto neer bij Tipsoo Lake. Het is nu nog windstil en Tipsoo Lake ligt erbij als een spiegel. Mount Rainier wordt er schitterend in weerkaatst. We moeten nog beginnen aan de wandeling, maar onze dag kan nu al niet meer stuk.
Mount Rainier. Hij bestaat!
De wandeling zelf is ook genieten. We komen langs prachtige weides, bergmeertjes en hebben geweldig zicht op Mount Rainier. Dit is waar we op gehoopt hadden. Op de valreep toch gelukt!
Sfeerplaatjes van Naches Peak Loop. Absolute aanrader!
Chipmunk smikkelt in het ochtendzonnetje
Deze Canada Jay was verdwaald
Red Top Fire Lookout
Nu zoeken we nog een Fremont Lookout alternatief. Er blijkt er eentje op de route te liggen naar Leavenworth: de Red Top Fire Lookout.
Die ligt helaas niet even naast de weg. We moeten tien kilometer omhoog over een onverharde weg. Volgens de AllTrails reports is deze weg goed te doen, zolang je maar de juiste forest roads pakt en niet de route die Google Maps je automatisch geeft. We stellen de juisten wegen in op Google Maps en wagen het erop. Met een SUV moet dit wel lukken, ook al is het een risicootje verzekeringstechnisch.
De weg zelf is inderdaad in goede conditie. Bijna geen potholes, wat dat betreft prima te doen. Hij is wel wat aan de smalle kant, zeker voor Amerikaanse begrippen. Er zitten wat blinde bochten in met een behoorlijk afgrond naast je. We hopen dat de tegenliggers op deze stukken wegblijven, anders hebben we toch een kleine uitdaging.
Zonder tegenliggers bereiken we de top. Over de terugweg gaan we ons later wel weer zorgen maken. Eerst de lookout bereiken. Het is geen lange wandeling, maar wel een steile: ruim honderd hoogtemeters in een goede kilometer. De laatste meters zijn over losliggende stenen langs echt een heel steile afgrond. Hier komt de wandelstok goed van pas. Die ligt uiteraard in de koffer…
Aan de ene kant sterkt het ons dat voor ons een gezin met drie kleine kinderen de klim ook maakt. De moeder van het gezin heeft de jongste in een draagzak en de middelste aan de hand vast. Het ziet er levensgevaarlijk uit, maar ze lijken er zelf geen enkel probleem in te zien. We zullen als inwoners van een plat landje vast niets gewend zijn.
Een aantal hartverzakkingen verder komen we dan eindelijk bij de lookout. Je moet er wat voor over hebben.
Red Top Fire Lookout
Het is iedere stap waard. Er is geen wolkje aan de lucht en de uitzichten zijn het mooist tot nu toe. We zien Mount Rainier, het topje van Mount Baker, de Cascades en de Enchantments liggen. Het is onvoorstelbaar mooi.
De lookout wordt ook nog gebruikt. Vrijwilligers wisselen elkaar af en blijven hier drie dagen of langer. De vrijwilligster van dienst heet ons van harte welkom. Ze vertelt enthousiast en honderduit over wat ze hier doet en hoe ze rapporteert aan de instanties. Ook dit jaar zijn dankzij de inzet van de firewatchers branden in de kiem gesmoord. We kunnen ons goed voorstellen dat zoiets enorm dankbaar is.
De Enchantments
Genieten, dit uitzicht
Je moet wel goed alleen kunnen zijn. Overdag zijn bezoekers welkom, na zes uur blijft de deur gesloten en ben je op jezelf aangewezen. Ook moeten vrijwilligers zelf voorraden meenemen om de dagen door te komen. Nu kun je deze lookout tot op een kilometer benaderen en is het een steile, maar korte klim voordat je er bent. Maar er zijn ook lookouts die kilometers verwijderd zijn van de dichtstbijzijnde weg. In de Cascades staat er bijvoorbeeld een waarvoor je 1.000 hoogtemeters moet overbruggen voordat je de lookout bereikt. Je zou maar wat laten liggen in de auto en terug moeten lopen…
Diep respect voor deze mensen die het geheel vrijwillig doen. Toch zijn er blijkbaar mensen die het leuk vinden om deze mensen dwars te zitten. Op een paar stappen van de lookout staat een toilet, maar die is door vandalen gesloopt. Echt onvoorstelbaar. Nu moeten de vrijwilligers elke keer terug naar de parkeerplaats om daar van het toilet gebruik te maken.
De vrijwilligster vertelt ons dat er een iets langere, maar veel makkelijker weg terug is. Dat scheelt, want naar beneden over losse stenen met de steile afgrond naast ons is niet iets waar we naar uit kijken. De terugweg gaat zowel met de benenwagen als onze eigen wagen prima en we vervolgens onze weg naar Leavenworth.
Leavenworth
Mocht je vanuit de omgeving Yakima naar Leavenworth rijden, dan is het aan te raden om de 821 te pakken in plaats van I-5. De 821 leidt ons over een scenic byway in plaats van de saaie Interstate.
Opvallend is dat het landschap al enige tijd flink anders is. Van de groene bergen is niets meer over. We rijden nu in een vrij dorre vallei. De bergen kennen weinig begroeiing. We wanen ons even in een andere staat. We zijn niet verrast dat we nog een kudde bighorn sheep zien oversteken. Die passen perfect bij de omgeving.
We maken een tussenstop in Lake Chelan. In de omgeving woedt hier een bosbrand en dat is te merken. De lucht is wat hazy. We vinden het wel een leuk plaatsje met een sfeervolle main street. Mooi om hier lokale boetiekjes te zien in plaats van de standaardketens waar je overal over struikelt.
Leavenworth zelf is een Beiers dorpje. We dachten dat dit vast door wat Duitse immigranten is gesticht. Niets blijkt minder waar: het is van oorsprong een industrieel dorp dat in de jaren 60 in de problemen kwam door een verlegde spoorlijn en sluitende houtzagerijen. De lokale leiders van destijds vonden het een goed idee om het stadje te herbouwen in Beierse stijl. Het blijkt een goede keuze geweest te zijn. De toeristen weten het stadje goed te vinden.
De Beierse invloeden zijn niet te missen
De reden dat wij er zijn is de alpine coaster die er te vinden is. Hier ga je met ruim 40 kilometer per uur naar beneden in een soort combinatie van een acht- en rodelbaan. Je kunt namelijk zelf bepalen of je met de maximumsnelheid naar beneden gaat of rustig aan doet en geniet van de omgeving. De alpine coaster is tegen een berg aan gebouwd. Het omhoog takelen duurt even en geeft je alle tijd om rustig om je heen te kijken. Wat ons betreft zeker een aanrader om hier naar beneden te gaan!
Hier was het allemaal om te doel: de alpine coaster
De rest van onze tijd in Leavenworth gebruiken we om rustig aan te doen. Het is ook de plek waarop we Nederlanders tegenkomen. De hele trip hebben we ze nog nauwelijks gezien, maar hier volgt de een na de ander.
We verblijven in een gloednieuwe La Quinta. Een heerlijk hotel!
North Cascades
Het laatste NP van deze trip is North Cascades. We verblijven in The Virginian Resort in Winthrop. We hebben een basic, maar ruime kamer. Winthrop zelf vinden we een heel grappig stadje. Alles is in westernsferen. Eten doen we dan uiteraard ook bij een saloon en een dag later bij een brouwerij in een oude school.
Howdy Winthrop!
In North Cascades willen we de Maple Pass Loop wandelen. We vonden dit gebied het meest spannend qua bosbranden aangezien het hier regelmatig foute boel is op dat vlak. De branden zijn er ook wel, maar hebben geen impact op onze reis. De Maple Pass kunnen we dan ook probleemloos lopen.
We doen het wel op een weekenddag. We willen bij dit soort lange wandelingen sowieso vroeg beginnen, maar in het weekend al helemaal. Ook nu zijn we er weer voor zonsopgang, maar we moeten tot aan het laatste stukje van de parkeerplaats doorrijden voordat we een plekje vinden.
De wandeling is echt geweldig. We hebben een prachtige dag met zon en blauwe lucht. Het is wel een klein beetje heiig in de lucht door de bosbranden, maar de luchtkwaliteit is prima en het zicht wordt er niet echt door beïnvloed. We moeten ruim 600 hoogtemeters maken, maar wanneer je de wandeling tegen de klok in loopt, gaat dat heel geleidelijk. Zwaar is deze wandeling zeker niet; richting de top zitten nog wat taaie switchbacks, maar verder valt het alles mee.
Het eerste deel is door het bos en niet zo boeiend. Wanneer je de bomengrens verlaat, worden de uitzichten fraaier en fraaier. Ook horen we verschillende pika’s hun kenmerkende geluid horen. Laten zien we ze ook.
PIKAboo!

Eenmaal uit het bos volgen de uitzichten vanzelf
Heel voorzichtig worden de eerste herfstkleuren al zichtbaar
Aan deze uitzichten kunnen we wel wennen
De uitzichten op de top zijn indrukwekkend. Ook nu we al behoorlijk verwend zijn met mooie vergezichten, blijft het genieten. We ontbijten hier op ons gemak voordat we de terugweg aanvangen. Op AllTrails wordt er gewaarschuwd voor een terugtocht langs heftige afgronden als je de wandeling als rondje loopt. In de praktijk blijkt dit alles mee te vallen. We zijn na Skyline en de fire lookout wel wat gewend, maar dit is echt prima te doen. Toch leuk om een andere weg terug te lopen als dat mogelijk is.
Uitzicht op de Cascades
Zigzaggend gaan we hier onze weg naar beneden vervolgen
Op de tweede dag was de intentie er om Blue Lake te wandelen. We hebben echter het idee dat Blue Lake na Maple Pass meer van hetzelfde is. We hebben ook niet veel zin in veel meer hoogtemeters: daar hebben we er al genoeg van in de benen zitten.
We kiezen voor iets anders: een vrijwel vlakke wandeling naar Cutthroat Lake. Net als we een zijweg van highway 20 inslaan, zien we een zwarte beer op de weg. We zijn te laat om de camera erbij te pakken. Een snelle foto met de telefoon lukt wel. Beer nummer twee van de trip!
Goedemorgen!
De wandeling naar Cutthroat Lake door het bos is niet heel boeiend. Het meer zelf wel. We zijn er ook alleen, wat bijdraagt aan de beleving. Net als we begonnen zijn met teruglopen, worden we aangesproken door twee Amerikanen die vragen of het meer de moeite waard is. Ze vragen ook waar we vandaan komen. Als we vertellen dat we Nederlands zijn, geven ze aan zelf ook Nederlandse roots hebben. Dat horen we opvallend vaak van de mensen waarmee we hier in gesprek zijn gekomen. De achternamen Venema, Gerritsen en Verbruggen hebben we horen passeren. Dichterbij de auto spreekt een vrouw ons aan omdat ze ons Nederlands hoort praten. ‘I have family there!’ We komen nauwelijks mensen tegen onderweg, maar wat we tegenkomen heeft binding met Nederland. Toch bijzonder.
Cutthroat Lake in alle vroegte
Op weg naar San Juan Island
Na al het wandelen gaan we genieten van het eilandleven. We pakken de ferry naar San Juan Island waar we drie nachten in Friday Harbor verblijven. We hebben daar een Airbnb (met verwarmde wc-bril!).
De ferry hebben we ruim van tevoren gereserveerd. De overtocht doen we laat in de middag, zodat we vanuit Winthrop rustig over highway 20 naar Anacortes kunnen rijden.
Highway 20 is een scenic byway en daar houden we van. Scenic is het eerste deel zeker: schitterende uitzichten over bergtoppen en weidse valleien. Het tweede deel is ongetwijfeld ook enorm scenic, maar hier merken we voor het eerst echt duidelijk de gevolgen van de bosbranden. Waar de lucht eerst hooguit wat heiig is, is de rook nu heel duidelijk zichtbaar. We ruiken het ook in de auto. De uitzichtpunten bij Ross Lake en Diablo Lake komen dan ook niet zo mooi uit de verf als op een heldere en rookloze dag. Het is niet anders en het blijft nog steeds mooi.
De dag begint met prachtig zicht...
...maar rook gooit roet in het eten
De parkgrenzen zijn ons nog steeds niet helemaal duidelijk. We denken dat we eigenlijk nog niet of nauwelijks in het park zijn geweest en vooral hebben gewandeld in het Okanogan-Wenatchee National Forest. Misschien dat we tijdens Maple Pass ergens een onzichtbare parkgrens zijn gepasseerd, maar zeker weten doen we het niet.
Maakt verder ook weinig uit. We stempelen gewoon ons NPS paspoortboekje in het visitor center en maken een foto van de parkingang.
We eten in Marblemount bij een restaurant waar ze claimen dat ook Bigfoot er eet. Uiteraard staat er ook een groot beeld van hun harige vriend. We komen opvallend veel Bigfoot gerelateerde uitingen tegen. Mensen lopen in Bigfoot shirts, we zien veel Bigfoot beelden, Bigfoot crossings signs, Bigfoots geplakt op brievenbussen, graffiti en wat al niet meer. Een snelle online zoektocht leert dat Washington de leider is van zelf gerapporteerde Bigfoot sightings. We weten niet helemaal zeker of ze de mythe met een knipoog omarmen of toch stiekem een beetje serieus zijn.
San Juan Island: tide poolen, whale watching en Lime Kiln Point
Eenmaal gearriveerd in Anacortes zijn we ruim op tijd voor de ferry. We hebben schitterend weer en de overtocht is een feestje. We kunnen heerlijk op het dek zitten met het namiddag zonnetje op ons gezicht. De ferry maakt een eerste stop in Lopez Island. Bij de volgende stop kunnen we de ferry verlaten en rijden we Friday Harbor binnen.
Op de eerste volle dag staan we vroeg op om te gaan tide poolen. Grandma’s Cove schijnt daar geschikt voor te zijn. We rijden naar Camp America, zetten de auto neer en dalen af naar het strand. We moeten eerst een mamahert ontwijken dat met haar kroost op stap is. Ook deze herten geloven het allemaal wel en zijn niet zo onder de indruk van ons. Ze naderen tot op een paar meter en slaan dan rustig af.
Moeder met kroost op pad
Het tide poolen op Grandma’s Cove is niet heel bijzonder. We zien vooral veel anemonen en zeeslakken. We hadden gehoopt op een zeester, maar dat zat er niet in. Het water stond ook niet extreem laag, maar dit was het beste moment binnen de tijd die we hadden.
Wel kregen we weer een fly-by van een zeearend. Net wanneer we willen vertrekken, zien we boven ons een silhouet van een vos die erg verrast lijkt dat er op dit tijdstip al mensen op het strand lopen. Hij of zij besluit om te draaien. Een goede, scherpe foto kunnen we er niet van maken, maar dit silhouet heeft ook wel wat.
Tide poolen op Grandma's Cove
Wat doen jullie op mijn strand?
Na Grandma’s Cove rijden we langs de vuurtoren voordat we weer teruggaan naar de Airbnb. Hier kleden we ons wat warmer aan, want vanmiddag stappen we de zodiac van Western Prince op om te gaan whale watchen!
Dat wordt onze tweede keer: in 2023 deden we dat vanuit Victoria op Vancouver Island. Toen zagen we orka’s en bultruggen. Daar hopen we vandaag natuurlijk weer op. We kiezen voor een zodiac tour omdat er minder mensen op de boot zijn en een zodiac zich sneller verplaatst. Dat kan handig zijn als er meldingen binnenkomen van walvissen die zich wat verder weg bevinden.
En ver weg zijn ze vandaag. We zijn al dik anderhalf uur onderweg, maar hebben nog geen walvis gezien. Wel moeflons en zeehonden op Spieden Island, waar ook een koppeltje zeearenden onenigheid had met een meeuw. Ook leuk, maar niet het doel van de dag.
De schipper brengt ons naar Canadese wateren. De skyline van Vancouver kunnen we zien en we varen tussen de BC Ferries door. Hier blijven we even dobberen, want er schijnt een bultrug in de buurt te zien. Daar blijkt niets aan gelogen. Een bultrug springt uit het water. WOW! Ineens was-ie er. Bizar!
Aan boord van de zodiac is ook een mariene bioloog met een berg kennis van het onderwaterleven. Zij pakt de verrekijker erbij en heeft maar weinig tijd nodig om te identificeren waar we naar kijken: wanneer de staart zichtbaar wordt, blijkt het bultrug Divot te zijn. De staart van een walvis is als een vingerafdruk: uniek voor ieder dier. Divot heeft ook een klein hapje uit haar staart en is daardoor goed te identificeren. Ze legt uit dat een ‘breach’ van een walvis ongeveer evenveel koolhydraten kost als een marathon rennen. Gelukkig voor de walvis duurt het wel wat minder lang dan een marathon.
Divot is niet alleen. Haar kalfje zwemt naast haar en laat zich ook zien. En dat niet alleen, het kalf geeft een show weg. Hij of zij draait zich eerst om de as waardoor we beide borstvinnen zien. Daarna komt de staart boven water en begint-ie bijna een minuut lang met de staart op het water te slaan. Zelfs op afstand is het geluid indrukwekkend. Wat gaaf om dit mee te maken!
Filmpje van de tail slapping
Staart van Divots kalf
We blijven bijna een halfuur dobberen rond Divot en haar kalf. We zien regelmatig de rugvin verschijnen, net als de nodige blows. Het is iedere keer weer een indrukwekkende ‘puffff’ als ze uitademen.
De biologe vertelt ondertussen een interessant verhaal. Begin vorige eeuw werd de walvisjacht gelegaliseerd in Amerika. Walvissen werden gezien als zwemmende grondstoffen: vrijwel ieder onderdeel was ergens bruikbaar voor. In het begin waren er twee schepen in staat om een walvis te vangen, maar dat werden er snel meer. Het werd booming business, maar geen duurzame. Halverwege de jaren 50 zwom er geen walvis meer rond in het noordwesten. De walvisjacht wordt weer illegaal. Het leed is echter al geschied. Walvissen krijgen doorgaans maar één kalf en hebben een lange draagtijd. De populatie vermenigvuldigt zich op een traag tempo.
Af en toe was er een passant te zien, maar het duurt tot 1997 voordat een walvis zich weer een deel van het jaar vestigt in de Salish Sea. De walvis is een flinke vrouw en krijgt de naam Big Mama. Zij krijgt nageslacht en leert haar kalfjes dat het noordwesten geschikt voedselgebied is. Ze brengen de zomers daar door en overwinteren vervolgens in Hawaï. Haar nageslacht kopieert dit gedrag. Dankzij Big Mama is het dus mogelijk om anno nu weer walvissen te zien. Ze heeft minimaal acht nakomelingen en Divot is er daar één van. Dat maakt Big Mama nu een oma aangezien Divot ook al weer haar eigen kalf heeft rondzwemmen. We kijken daardoor naar een stukje walvisgeschiedenis en dat geeft een bijzonder gevoel.
Met een halfuur vertraging keren we terug in de haven. Een doorsnee tour beslaat doorgaans zo’n 35 mijl; vandaag hadden we er 65 nodig om twee bultruggen te zien. De orka’s, waar we stiekem het meest op hoopten, bleven verstopt. Het kan de pret niet drukken, we hebben intens genoten.
Terug in het kantoor van Western Prince bekijken we onze foto’s van de walvistocht uit 2023. Vanuit Victoria waren we toen in dezelfde wateren aan het walvis spotten. We herinneren dat we toen een bultrug genaamd Split Fin zagen. We zijn benieuwd of de genealogie van deze walvis ook bekend is. Het grote walvisboek wordt erbij gepakt en jawel: Split Fin is een jongere broer van Divot. Dus hebben we in twee verschillende walvistochten verspreid over drie jaar verschillende telgen van dezelfde walvisfamilie gezien. Wat een voorrecht!
Op de tweede dag in Friday Harbor ontdekken we het stadje. Groot is het niet; er zijn een paar straten met wat winkeltjes en er is natuurlijk de haven. Wel lekker dat je overal twee uur gratis kunt parkeren. Net als we ons afvragen hoe die twee uur gehandhaafd wordt, zien we een parkeerwachter met een grote stok lopen. Aan het uiteinde zit een krijtje en met dat krijtje zet hij een streepje op het voorwiel van iedere geparkeerde auto. Hij noteert een tijdstip en loopt dan het volgende blok in. Geen zelfrijdende auto’s met camera’s die de kentekens controleren, gewoon ouderwets handwerk. Heerlijk zo’n eiland.
De middag spenderen we in een state park: Lime Kiln Point. Je betaalt $10 voor parkeren of helemaal niets als je een Discovery Pass hebt. Wij pakken de auto in en gaan op het Whale Viewing Point lekker picknicken. We kijken uit over de zeestraat tussen San Juan Island en Vancouver Island. Deze straat is erg diep en zou moeten wemelen van wildlife: otters, zeehonden, zeeleeuwen, bultruggen, vinvis en orka’s zou je hier maar zo op één dag kunnen zien.
Dat is wat ambitieus, maar de score aan het eind van de dag is niet slecht. We zitten er een paar uur voor ons uit te turen. Op enig moment zien we in de verte een rood gevaarte opdoemen. De boot lijkt verdacht veel op die van Western Prince waar we de dag ervoor mee zijn gaan whale wachten. Even goed gluren door de verrekijken en jawel hoor, het is inderdaad dezelfde boot.
Het wordt helemaal interessant als-ie snelheid mindert en gaat dobberen. Waarom dat gebeurt wordt snel duidelijk: we zien iets groots uitademen: een bultrug. Nee, twee! Het is een eindje weg, maar door de verrekijker goed zichtbaar. Dat maakt bultrug twee en drie die we ‘gewoon’ vanaf land spotten.
Ondertussen verzamelen zich links van ons ook een stel boten. Zij gaan niet op zoek naar de bultrug, maar drijven al een tijdje min of meer op dezelfde plek. Met het blote oog zijn het ministipjes op de horizon, maar door de verrekijker tellen we er een stuk of zes. We vermoeden dat daar ook wat te zien is. Helaas is de afstand te groot om te kunnen zien waar ze naar kijken.
De stroming staat onze kant op. We maken onszelf wijs dat wat er ook maar in de verte zwemt daardoor vanzelf onze kant op komt. Geen idee of de grote walvissen zich überhaupt iets van de stroming aantrekken (vast niet), maar we geloven er zelf heilig in op dat moment.
Een enthousiaste Amerikaan zegt dat wij eruit zien alsof we weten wat we aan het doen zijn (dat valt tegen meneer) en vraagt of we weten wat er in de verte zwemt (nee). We raden aan maar even te blijven wachten, want de stroming staat onze kant op en er zijn best veel boten. Hij klikt instemmend. Onze geloofwaardigheid als zelfbenoemd walvisdeskundigen zetten we hiermee op het spel.
Of we het hebben afgedwongen of niet zullen we nooit weten, maar inderdaad: de boten dobberen langzaam onze kant op en door de verrekijker zien we verschillende pufjes water verschijnen. Het zijn er zeker drie. Niet geremd door enige kennis van zaken roepen we dat dit wel orka’s moeten zijn. Dat blijkt een goede inschatting, want we zien even later duidelijk een grote zwarte rugvin verschijnen. En nog een. En nog een. En nog een. En nog een. We kijken daadwerkelijk naar een pod orka’s. Te ver weg voor goede foto’s, maar who cares. Waanzinnig!!
Vuurtoren bij Lime Kiln Point
Aan het eind van de middag lopen we bij Western Prince binnen. Zij bevestigen dat ze vandaag langs Lime Kiln zijn gevaren en dat we daar naar twee bultruggen hebben gekeken: Europe en Windsock. Windsock is weer een eerder kalf van Divot. De hele Big Mama familie zijn we behoorlijk aan het uitspelen op deze manier. We zijn benieuwd of we nog eens worden uitgenodigd voor een familiebijeenkomst.
Aan al het moois komt een eind, zo ook aan het verblijf op Friday Harbor en onze reis. We hebben ook terug voor een late ferry gekozen waardoor we nog genoeg tijd hebben om het eiland rond te rijden. Heel groot is het allemaal niet, maar er zitten wat leuke stops tussen.
De leukste vinden we Roche Harbor. Een historisch resortstadje met een leuk sfeertje. We halen er een koffie en drinken die op het terras met mooi uitzicht op de haven. Rustig genieten van de koffie zit er niet in, want we spotten een otter. Die zwemt rustig door de haven. Voor de locals is dit waarschijnlijk hetzelfde als voor een Nederlander die een roodborstje ziet, maar wij lopen snel naar beneden om wat foto’s te maken. Net niet helemaal scherp, maar duidelijk herkenbaar als otter. Wat een leuke dieren zijn het toch. Ook een zeehond komt ons begroeten.
De herfst begint in te treden
Genoeg wildlife in de haven van Roche Harbor
Terug naar het vasteland; en naar huis
’s Middags begint het te regenen. We eten voor de laatste keer fish & chips en rijden dan richting de ferry. Het is al donker, dus de terugtocht is qua uitzicht niets aan. Veel mensen blijven ook in hun auto zitten waardoor het dek van de ferry wel een spookschip lijkt. Wel lekker rustig.
De laatste overnachting hebben we in Ship Harbor Inn vlakbij de ferry terminal. Dan kunnen we volgende dag rustig richting SeaTac en hebben we geen stress als er onverhoopt een ferry niet vaart.
Het lot had nog een mooie laatste verrassing in petto. We hadden de meest basic kamer geboekt, maar krijgen een update naar de king suite. Geen idee waarom: we moesten telefonisch inchecken, zelf de pas tegen de kaartlezer aanhouden en konden daarna naar de kamer. De man aan de andere kant van de lijn zei helemaal niets over de upgrade. Onze verbazing was dan ook groot toen we de kamerdeur openden en er opeens een groot bubbelbad stond. Je kunt je vakantie vervelender afsluiten.
De volgende ochtend is het inpakken geblazen. Wel onder het toeziend oog van een kleine hertenfamilie die in de tuin van het hotel ligt. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is.
Het uitzwaaicomité ligt er rustig bij
Wachtend bij de gate begint het grote nabeschouwen al. We vinden het enerzijds prima om te vertrekken: we hebben alles gedaan wat we wilden doen en er komt hier ook nog eens een bak slecht weer aan. Maar oh, wat gaan we die heerlijke vakantiebubbel missen. Even geen gedoe over werk, huishouden, koken en allerlei andere dagelijkse beslommeringen. Het was heerlijk om drie weken alleen maar bezig te zijn met terugblikken op alle indrukken van de dag en vooruit te blikken op de volgende. Zeker als dat in Amerika is, want dat blijft toch een geweldig land om in rond te reizen. Het was onze zesde roadtrip in Noord-Amerika en we blijven ons hier vermaken. De koffers gaan terug vol met spullen, maar bovenal vol met herinneringen.
De afrekening bij Hertz laat ruim 3.700 gereden kilometers zien. Zo’n vijftig daarvan hebben we in Oregon gereden; de rest allemaal in Washington. Bizar hoeveel verschillende biotopen en omgevingen je ziet in slechts één staat. We komen tot de conclusie dat we eigenlijk qua planning niets anders hadden willen doen. We bleven nergens te lang of te kort. De grootste tegenvaller was dat het weer niet meewerkte rond Mount Rainier. Komen we gewoon nog eens terug. Als dat het grootste leed is, heb je een fantastische trip gehad denken we zo. Op naar meer!